Auteur: webmaster
We zijn een sjabbat langer in Israël gebleven dan de bedoeling was. De reden was een uitnodiging om sjabbat, gisteren dus, in de Chabad sjoel in Rechavja te komen spreken op de laatste sjabbat voor Rosj Hasjana om in te vallen voor een zieke, die BH inmiddels weer helemaal gezond is verklaard. Maar omdat ik speciaal was gebleven en royaal was aangekondigd, bleef ik wel de klos. Maar voor het (ik bedoel die klos) zover was, hebben Blouma en ik vrijdag mincha gedawend, het middaggebed uitgesproken, bij de Kotel om voor het avondgebed te gast te zijn bij een achternicht van Blouma die met man en kinderen op loop- en klimafstand op slechts een kwartier van ons hotel woonden. De man van de achternicht was het hoofd (of zoiets) van Joods Begrafeniswezen, maar dan niet in Amsterdam maar in Jeruzalem. Maar zijn werkveld beperkt zich niet alleen tot Jeruzalem, maar op vrijwillige basis, onbezoldigd dus, is hij regelmatig in Oekraïne te vinden waar hij probeert vergane Joodse wijken van onder het puin der eeuwen zichtbaar te maken. Maar in feite geeft hij niet zoveel om de geschiedenis van wat onder het puin wordt aangetroffen, maar zijn belangstelling betreft de matsewot, de grafzerken, want op die zerken staan namen en data vereeuwigd. En die namen en jaartallen kunnen van essentieel belang zijn om het Jood-zijn van huidige vluchtelingen uit de voormalige Sovjet-Unie te bepalen en ook om zij die niet meer zijn, toch een beetje uit de duisternis van de vergetelheid te halen Tot diep in de vroege sjabbat-uurtjes, ik bedoel dus gewoon tot heel laat, wisselden we gedachten uit, spraken over Boete en Verzoening, de Oorlogsgravenstichting, en over samenwerking om de bijna vergeten geschiedenis te redden. En dus: wordt vervolgd direct na Chanoeka 2027, wanneer ik wederom naar Israël ga en dan ook met mijn aangetrouwd achterneefje een ontmoeting zal hebben, op zoek naar massagraven, naar verborgen geschiedenis. Ik heb dus op sjabbat huiswerk gekregen. Wie kunnen we erbij betrekken
Maandag jl. was het Chaj Elloel, de achttiende van de maand Elloel, de geboortedag van de Baal Sjem Tov, de stichter van het chassidisme. Om die dag niet zomaar onvermeld te laten, wil ik een van de gedachten die de Baal Sjem Tov steeds weer benadrukte met u delen. Chaj Elloel bracht ik een bezoek aan Kfar Chabad, een stadje niet ver van Ben Gurion Airport, om onze kleinzoon te bezoeken. Hij studeert daar aan de Talmoed Hogeschool. Maar omdat mijn komst bij een aantal aldaar woonachtige dorpelingen bekend was geworden, werd er, buiten mij om, geregeld dat ik de jongetjes van de lagere school zou toespreken. En dus stond ik plotsklaps in de eetzaal van de lokale jongensschool om een kleine honderd jongetjes iets te vertellen. Het was muisstil. Een van de rebbes, leraren, kondigde mij aan en toen was aan mij het woord. Ik moest pijlsnel gaan bedenken welke boodschap ik de jongetjes wilde meegeven en als ik die boodschap, de inhoud van mijn te houden toespraakje/les, had gevonden, moest ik op zoek naar de verpakking die ik zou gaan hanteren om mijn boodschap te presenteren. Even tussendoor voor u, mijn dagboekenier, een lesje toespraak houden voor beginners: eerst moet de spreker besluiten welke boodschap hij wil overbrengen, daarna moet hij de verpakking gaan uitkiezen en ten slotte moet de spreker controleren of de plaats vanwaar hij geacht wordt te spreken de juiste is: waar staat de spreker, kan iedereen hem horen en, minstens zo belangrijk, kan hij alle toehoorders zie? Bij een goede toespraak hoort potentieel oogcontact. Wat wilde ik de kinderen in Kfar Chabad duidelijk maken? Een boodschap die ik een dag later ook bracht in Beth Shemesh voor de pupillen van het indrukwekkende Jaffo-Project. De betrokkenheid van de leerkrachten, de motivatie van de jongeren, allen afkomstig uit gebroken gezinnen allen tieners. De Baal Sjem Tov benadrukte keer op keer dat daar waar je jezelf bevindt, daar ligt je sjeliechoet je taak en opdracht. Toeval bestaat niet. Maar wa
Noteert u het vast in uw agenda om te voorkomen dat ik in mn eentje loop solidair te zijn.
O, gaan jullie dat niet doen? Interessant. Blijkbaar is dekolonisatie ongelooflijk eenvoudig, zolang het enige land dat ontmanteld wordt Israël is. Laat me nu één ding heel duidelijk maken. Ik suggereer niet dat moderne landen van hun bevolking ontdaan moeten worden. Dat zou absurd zijn. En dat is precies het punt.
Geschiedenis is ingewikkeld. Grenzen zijn ingewikkeld. Bijna elk land op aarde is gevormd door migratie, oorlog, verovering, imperium en ontheemding.
Toch wordt slechts één volk voortdurend opgedragen om ‘terug te gaan’ naar ergens anders, ook al zijn we teruggekeerd naar het land waar onze identiteit, taal, geloof, geschiedenis en beschaving zijn ontstaan en hebben we geen ander land. Het Joodse volk bestaat niet uit buitenlandse toeristen in Judea. We hebben onszelf niet naar dit land vernoemd. Dit land is naar ons vernoemd. Onze koninkrijken stonden hier. Onze taal is hier ontstaan. Onze heiligste plaatsen bevinden zich hier. Onze geschiedenis ligt begraven onder elke weg. Tweeduizend jaar lang baden Joden in de richting van Jeruzalem, rouwden ze om Jeruzalem, droomden ze van Jeruzalem en sloten ze hun gebeden af met de woorden: ‘Volgend jaar in Jeruzalem.’
Toen keerden we eindelijk terug naar Jeruzalem, en plotseling begonnen de afstammelingen van imperiums ons kolonisatoren te noemen. De ironie zou hilarisch zijn als het niet zo gevaarlijk was. Ja, je mag kritiek hebben op een Israëlische regering. Je mag debatteren over grenzen, beleid en de toekomst van Palestijnse Arabieren. Maar je mag duizenden jaren Joodse geschiedenis niet uitwissen…” (Nadav Peretz is de CEO en oprichter van Outstanding Travel en woont in Tel Aviv.)
In mijn jonge jaren, inmiddels alweer een tijdje geleden, kon je soms bij een radioprogramma inbellen en mocht je een verzoekplaatje indienen. Even uitleg: je belde naar het telefoonnummer dat door de presentator werd aangegeven en als je dan de gelukkige was die erdoor kwam dan kon je in de uitzending de groeten geven aan je ouders, kinderen, ooms of tantes en ze trakteren op een bepaald liedje en dan werd de grammofoonplaat gedraaid waarop dat liedje stond. Ik leg het maar even omstandig uit, want ik denk dat veel van mijn dagboekeniers niet meer weten wat een grammofoonplaat is. Steeds vaker wordt mij gevraagd om iets op te nemen in mijn dagboek. Mijn dagboek dreigt dan ook een soort ‘verzoekplatendagboek’ te worden. Niets mis mee, maar ik moet natuurlijk wel zelf blijven schrijven, anders is het niet meer mijn dagboek en verwordt het tot een potpourri van artikeltjes van derden. Maar bovenstaande ‘Beste wereld’ wilde ik jullie niet onthouden. En dus, omdat ik de duizend woorden die voor een dagboek zijn toegestaan, ruimschoots heb overschreden en het inmiddels alweer vele uren na havdala is, sluit ik af en houd ik u het verslag van ons verblijf in Maastricht, deze sjabbat, nog tegoed. Zie hiervoor het volgende dagboek, waarin ook de Brit Milah zal staan, die morgenochtend (ter oriëntatie: zondagochtend) in Utrecht zal plaatsvinden!
Maar de Solidariteitswandeling van donderdagavond moet nog wel vermeld worden, mag absoluut niet in dit dagboek ontbreken: meer dan honderd vrienden van Joden en van Israël liepen mee in de Solidariteitswandeling in Kampen, die voor het eerst had plaatsgevonden. Een en al bemoediging, belangeloze inzet, liefde en warmte. We hebben inmiddels gelukkig, als ik het goed heb bijgehouden, al twintig, twee meer sinds mijn vorige dagboek. Solidariteitswandelingen, van medeburgers die zich stuk voor stuk uit de naad lopen om ons Joden het gevoel te geven dat er tegen Jodenhaat (antisemitisme en antizionisme) wordt geprotesteerd en dat we ook echte vrienden hebben. Am Jisrael Chaj, werd er spontaan gezongen toen we allen in de eerste Kamper Poort stonden. Hoewel het inmiddels meer dan twee avonden geleden is dat we daar waren, hoor ik nog steeds het spontane gezang van die vrienden die we ondanks alles toch hebben en die wij Joden moeten koesteren. En daarom probeer ik bij alle Solidariteitswandelingen minstens een keer acte de présance te geven.
Van: rabbi.jacobs@kpnmail.nl < rabbi.jacobs@kpnmail.nl > Verzonden: zondag 23 augustus 2026 01:26 Aan: ‘Opperrabbijn.dagb@blogger.com’ < Opperrabbijn.dagb@blogger.com > Onderwerp: dagboek 22 aug. 2026
Dagboek van de opperrabbijn, (uitgaande sjabbat) 22 augustus 2026 Mijn kleinzoon uit Brooklyn was zijn grootouders komen bezoeken. Hij studeert in Londen aan een Talmoed-hogeschool in Golders Green. Maar alleen bij opa en oma thuis zitten te zitten, past niet erg bij hem (hetgeen hij overigens niet van een vreemde heeft!) en daarom, om verveling te voorkomen, had hij twee studiegenoten meegenomen en heb ik een Joods-toeristisch dagprogramma samengesteld, zodat ze bekaf, maar geestelijk verrijkt, na drie dagen terug naar Londen vlogen. Ze hadden een fijne Amsterdam-dag gehad, vol educatie. Een bezoek aan de Snoge met een rondleiding door Emile Schrijver, de directeur van het Joods Cultureel Kwartier, die hun niet alleen heeft verteld over de sjoel en het gebouw, maar ze ook heeft binnengelaten in de oudste nog in gebruik zijnde Joodse bibliotheek ter wereld, de Eets Chaïm. Ook een bezoek aan het Anne Frankhuis had op het programma gestaan, alwaar speciaal voor hen, ondanks de drukte, een rondleiding was geregeld. (Directeur Ronald Leopold: dank!) En daarna een rondvaart door de Amsterdamse grachten. Ze hadden veel geleerd in de bibliotheek over de geschiedenis van de Portugese Joden, de Joodse boekdrukkunst en hadden zeldzame Joodse boeken gezien, maar ook over tot dan toe voor hen onbekende aspecten van de Holocaust, over Nederland en: over de huidige situatie met het antisemitisme. ‘Daar is hij weer’, hoor ik u denken, ‘Jacobs zonder antisemitisme is bijna ondenkbaar’. Maar gelooft u mij, ik wilde niets zeggen over antisemitisme, maar zij begonnen erover. Toen ze op het station kwamen kregen ze Joden, Joden en Free Palestine over zich heen gestort. Wat hun verbaasde was niet zozeer het schelden, maar de reactie van de omstanders, dat wil zeggen, het zwijgen, het wegkijken, het plotselinge gehoorgebrek. “Beste wereld: Voordat jullie tegen me zeggen ‘Free Palestine – Bevrijd Palestina’, heb ik een paar vragen voor jullie: Beste Amerikanen, wanneer gaan jullie de Vere
O, gaan jullie dat niet doen? Interessant. Blijkbaar is dekolonisatie ongelooflijk eenvoudig, zolang het enige land dat ontmanteld wordt Israël is. Laat me nu één ding heel duidelijk maken. Ik suggereer niet dat moderne landen van hun bevolking ontdaan moeten worden. Dat zou absurd zijn. En dat is precies het punt.
Geschiedenis is ingewikkeld. Grenzen zijn ingewikkeld. Bijna elk land op aarde is gevormd door migratie, oorlog, verovering, imperium en ontheemding.
Toch wordt slechts één volk voortdurend opgedragen om ‘terug te gaan’ naar ergens anders, ook al zijn we teruggekeerd naar het land waar onze identiteit, taal, geloof, geschiedenis en beschaving zijn ontstaan en hebben we geen ander land. Het Joodse volk bestaat niet uit buitenlandse toeristen in Judea. We hebben onszelf niet naar dit land vernoemd. Dit land is naar ons vernoemd. Onze koninkrijken stonden hier. Onze taal is hier ontstaan. Onze heiligste plaatsen bevinden zich hier. Onze geschiedenis ligt begraven onder elke weg. Tweeduizend jaar lang baden Joden in de richting van Jeruzalem, rouwden ze om Jeruzalem, droomden ze van Jeruzalem en sloten ze hun gebeden af met de woorden: ‘Volgend jaar in Jeruzalem.’
Toen keerden we eindelijk terug naar Jeruzalem, en plotseling begonnen de afstammelingen van imperiums ons kolonisatoren te noemen. De ironie zou hilarisch zijn als het niet zo gevaarlijk was. Ja, je mag kritiek hebben op een Israëlische regering. Je mag debatteren over grenzen, beleid en de toekomst van Palestijnse Arabieren. Maar je mag duizenden jaren Joodse geschiedenis niet uitwissen…” (Nadav Peretz is de CEO en oprichter van Outstanding Travel en woont in Tel Aviv.)
In mijn jonge jaren, inmiddels alweer een tijdje geleden, kon je soms bij een radioprogramma inbellen en mocht je een verzoekplaatje indienen. Even uitleg: je belde naar het telefoonnummer dat door de presentator werd aangegeven en als je dan de gelukkige was die erdoor kwam dan kon je in de uitzending de groeten geven aan je ouders, kinderen, ooms of tantes en ze trakteren op een bepaald liedje en dan werd de grammofoonplaat gedraaid waarop dat liedje stond. Ik leg het maar even omstandig uit, want ik denk dat veel van mijn dagboekeniers niet meer weten wat een grammofoonplaat is. Steeds vaker wordt mij gevraagd om iets op te nemen in mijn dagboek. Mijn dagboek dreigt dan ook een soort ‘verzoekplatendagboek’ te worden. Niets mis mee, maar ik moet natuurlijk wel zelf blijven schrijven, anders is het niet meer mijn dagboek en verwordt het tot een potpourri van artikeltjes van derden. Maar bovenstaande ‘Beste wereld’ wilde ik jullie niet onthouden. En dus, omdat ik de duizend woorden die voor een dagboek zijn toegestaan, ruimschoots heb overschreden en het inmiddels alweer vele uren na havdala is, sluit ik af en houd ik u het verslag van ons verblijf in Maastricht, deze sjabbat, nog tegoed. Zie hiervoor het volgende dagboek, waarin ook de Brit Milah zal staan, die morgenochtend (ter oriëntatie: zondagochtend) in Utrecht zal plaatsvinden!
Maar de Solidariteitswandeling van donderdagavond moet nog wel vermeld worden, mag absoluut niet in dit dagboek ontbreken: meer dan honderd vrienden van Joden en van Israël liepen mee in de Solidariteitswandeling in Kampen, die voor het eerst had plaatsgevonden. Een en al bemoediging, belangeloze inzet, liefde en warmte. We hebben inmiddels gelukkig, als ik het goed heb bijgehouden, al twintig, twee meer sinds mijn vorige dagboek. Solidariteitswandelingen, van medeburgers die zich stuk voor stuk uit de naad lopen om ons Joden het gevoel te geven dat er tegen Jodenhaat (antisemitisme en antizionisme) wordt geprotesteerd en dat we ook echte vrienden hebben. Am Jisrael Chaj, werd er spontaan gezongen toen we allen in de eerste Kamper Poort stonden. Hoewel het inmiddels meer dan twee avonden geleden is dat we daar waren, hoor ik nog steeds het spontane gezang van die vrienden die we ondanks alles toch hebben en die wij Joden moeten koesteren. En daarom probeer ik bij alle Solidariteitswandelingen minstens een keer acte de présance te geven.
Jacob Schermers, initiatiefnemer Solidarity Walk!
“Gisterochtend belde ik met opperrabbijn Binyomin Jacobs, naar aanleiding van zijn recente column over de solidariteitswandeling. Ik had een vraag die opduikt in bijna elke stad waar Solidarity Walk begint: lopen we met Israëlische vlaggen? Het is een echte vraag. Sommige deelnemers dragen die vlag met liefde. Anderen aarzelen, zeker in steden waar de wandeling net start. Sommigen vragen zich af of zo’n vlag niet juist extra aandacht (en risico) trekt. Ik legde de rabbijn voor hoe wij erin staan. Wij lopen voor het Joodse volk en wij geloven dat het bestaan en bestaansrecht van de staat Israël Gods eeuwige wonder is. Wie een Israëlische vlag wil dragen, draagt die. Tegelijk stemmen we af met de politie en beginnen we in nieuwe steden bewust rustig, precies om te voorkomen dat de wandeling zelf het doelwit wordt. In de ene plaats is dat een grotere zorg dan in de andere. Zichtbaarheid en aanwezigheid zijn het doel, niet de confrontatie. De rabbijn hoorde het aan en vond het een begaanbare weg. Nuchter, zoals altijd. Maar het echte antwoord op mijn vraag stond diezelfde week al in zijn dagboek. Hij had zich verslapen, schrijft hij. Het ochtendgebed thuis zat er niet meer in, dus bad hij op Schiphol. Midden in de drukte, met gebedsmantel en gebedsriemen, vijftig minuten lang. Bijna niemand zag hem staan. Behalve één Joods gezin dat op weg was naar Curaçao. Vlak voor hun vakantie hadden ze de mezoeza van hun buitendeur gehaald. Zo’n kokertje bevat de woorden uit Deuteronomium 6, te beginnen met: “Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één!” Ze wilden niet met hun jodendom te koop lopen, vertelden ze hem. Geen antisemitisme uitlokken. En toen zagen ze een rabbijn die gewoon stond te bidden tussen honderden reizigers. Na afloop raakten ze in gesprek. Hun besluit: na de vakantie gaat de mezoeza terug aan de deur. Zichtbaar. Lees dat nog eens. In Nederland, in 2026, haalt een gezin de woorden van God van zijn deurpost omdat ze niet weten of dat nog veilig is. Dat
In het vliegtuig tussen Wenen en Chisinau (RMO) kwam ik naast een ietwat oudere man te zitten. Hij woonde in Florida en was op weg naar zijn geboorteland Oekraïne om daar naar de tandarts te gaan voor een of andere behandeling die in zijn huidige vaderland enige duizenden euros kostte, maar in Oekraïne verhoudingsgewijs bijna gratis was. Het ticket had hem $1300 gekost, maar dat ticket maakte het nog steeds meer dan de moeite waard om de USA-tandarts te vervangen voor een Oekraïense specialist vanwege de verschillende prijskaartjes. En, na het tandartsverhaal geduldig te hebben aangehoord, vertrouwde hij mij toe ook Joods te zijn, liet een foto van zijn typisch Joods-ogende moeder zien en beloofde mij spontaan toe om dit jaar Rosj Hasjana en Jom Kippoer wel naar sjoel te gaan, nadat ik hem een Sjana Towa had toegewenst. Kennelijk had hij dit jaar Rosj Hasjana en Jom Kippoer buiten de sjoel willen doorbrengen, maar had mijn buurmanschap hem tot andere en betere gedachten gebracht. Alles komt van Boven en overal liggen kansen. Welcome. We are honored to have you join us for this special occasion. Official inauguration of Rabbi Menachem Mendel Axelrod as chief rabbi of the republic of Moldova. Voor die inauguratie was ik gisteren naar Chisinau (RMO) gevlogen, zodat ik vanmiddag aanwezig kon zijn bij de officiële benoeming van mijn verse en veel jongere collega rabbijn Axelrod tot opperrabbijn. Overigens was ik niet de enige aanwezige opperrabbijn. Rabbijn Kalman Bar, de opperrabbijn van Israël, behoorde tot de geëerde gasten. Rabbijn Rafael Shaffer, de opperrabbijn van Roemenië. Rabbijn Menachem Mendel Nachson, opperrabbijn van Nof Hagalil. En naast nog een aantal geëerde rabbijnen en bestuurders van Europese Joodse Gemeenten, waren er ook vele Moldavische hoogwaardigheidsbekleders. Hoewel ik vanaf het vliegtuig naar het Radisson Hotel en de hele dinsdag en woensdag een vipbehandeling kreeg, behoorde ik niet tot de sprekers bij de inauguratieceremonie. Mijn taak bep
Het woord van de opperrabbijn wordt al snel verheven tot een Woord!
Eigenlijk had ik dit dagboek willen overslaan onder het mom van Wegens vakantie gesloten. Maar helaas ben ik bang dat ik dan vergeet wat ik nu weer heb beleefd, want ik heb weer van alles en nog wat meegemaakt. Een goede jeugdvriend van mij, Willy Krakauer, is plotseling overleden. Een grote Talmied Chacham, geleerde, die het verstond om een briljante docent te zijn en de meest ingewikkelde passages uit de Talmoed ook aan ongeletterden over te brengen. Mijn gedachten gaan terug naar mijn gymnasiumperiode en mijn studietijd aan de École Rabbinique de Paris. Als het vakantie was en ik in Nederland was, en Willy ook, dan lernden we iedere vrije minuut! Terug naar vandaag: ik zal niet ophouden om te waarschuwen voor de dreiging van buitenaf, terrorisme, voor het gevaar van binnenuit, assimilatie, en sinds enige tijd voor het gevaar van penetratie. Mensen doen zich voor als jood en proberen zo binnen te komen. Wat ze binnen willen doen, weten we niet, maar het zal verre van koosjer zijn. Met zon geval had ik de afgelopen week te maken. Iemand, een man van middelbare leeftijd met een juridische achtergrond, komt vanuit het buitenland naar ons land en stelt zich binnen de Joodse gemeenschap zeer zichtbaar en strijdvaardig op en schreeuwt van de daken dat zijn missie het bestrijden van antisemitisme en antizionisme is. Aanvankelijk binnengekomen via een door JMW georganiseerde laagdrempelige koffieochtend, is hij er inmiddels in geslaagd om zon beetje overal waar Joodse advocaten zichtbaar zijn, vooraan te staan, zelfs op de Israëlische ambassade. Hij meldt zich nu aan als lid van een Joodse gemeente en dus stuurt het secretariaat van de onderhavige NIG hem naar mij voor mijn goedkeuring. Bij ons belandt de aanvraag bij de afdeling rabbinale detective. U lacht? Niet terecht, want soms voel ik me meer detective dan rabbijn. Voor de goede orde: de meeste aanvragers van een lidmaatschap of van enkel een Rabbinale Verklaring worden lid en ontvangen gewoon een Rabbinale
