chabadhouse.online

Auteur: webmaster

Eigenlijk wilde ik dit dagboek overslaan, maar gezien de honderden en honderden reacties op mijn dagboek van vorige week waarin ik vertelde over mijn bezoek aan het Anne Frank Huis, wilde ik niet verstek laten gaan en een week spijbelen. Het was donderdag Tisj’a Be’av, de dag waarop de Eerste en Tweede Tempel werden verwoest, de dag waarop door de eeuwen heen veel vervolgingen hebben plaatsgevonden, het begin van de ballingschap. Ingaande deze vastendag was ik in de sjoel van Amersfoort, donderdagochtend in Maastricht en donderdagmiddag in Almere. We hebben inmiddels de zwaarste vastendag van het Joodse jaar overleefd en dus vanaf vrijdag was ik terug naar het normaal. Maar eigenlijk is er niet veel interessants geschied. Vrijdag was het gewone wekelijkse vrijdagprogramma, sjabbat idem en vandaag, zondag, uitstapje met kleinkinderen naar het NEMO Science Museum. Een van de redenen van de verwoesting van de Tempel was ‘haat zonder reden’, iedere vorm van haat, ook, of misschien wel juist, onderlinge haat. En dus reageer ik hier op een commentaar dat iemand met een duidelijk Portugees Joodse voor- en achternaam heeft geplaatst als reactie op mijn eerder vermelde dagboek. Even ter verduidelijking: ik lees bijna nooit de reacties op mijn dagboeken en ook deze reactie/commentaar had ik dus zelf niet opgemerkt, ware het niet dat een van mijn trouwe dagboekeniers het mij had toegestuurd. Door deze commentator word ik denigrerend een ‘sektarische provincie rabbijn’ genoemd die alles in het werk stelt om zijn, mijn dus, Chabad achtergrond aan derden op te leggen. Er zitten nog meer verwijten in zijn commentaar, maar die ben ik inmiddels vergeten. Beste mijnheer X met de Joods Portugese voor- en achternaam, u mag zondermeer met mij van mening verschillen en ik sta altijd open voor kritiek! En juist daarom: waarom heeft u mij niet gebeld? Bel me alsjeblieft alsnog. Mijn telefoonnummer is makkelijk te vinden! Mocht u niet bij machte zijn om zelf mijn telefoonnummer boven water

En dan de handtekening van Rabbi Menachem Margolin, de voorzitter van EJA, van Ellen van Praagh, vicevoorzitter EJA, en van mij als voorzitter van het Committee Combatting Antisemitism. EJA heeft z’n hoofdkwartier in Brussel, waar ik dan ook regelmatig te vinden ben, maar zet zich in voor de EU in z’n geheel. (NB: De stijl van bovenstaand epistel is niet geheel de mijne maar door een Vlaamse collega, die dus denkt Nederlands te spreken (!), opgesteld.)

Toch mooi? Als EJA willen we gewoon tot steun zijn, want ik ben er helaas van overtuigd dat vele organisaties, waaronder ook christelijke, zullen afhaken, want de weg van het wegkijken is eenvoudiger en voorkomt veel boe-geroep, ongewenste negatieve publiciteit en intimidatie! EJA heeft trouwens ook een schrijven ter ondersteuning doen uitgaan naar de organisatoren van de herdenking Loods24.

Ondertussen schijnt een aanslag op een sjoel in Parijs te zijn voorkomen maar vond er wel een afschuwelijke moordpartij plaats op de Pride Parade in Berlijn. Voor alle duidelijkheid: voor mij is het gezin de hoeksteen van de samenleving en ben ik derhalve geen voorstander van een Pride Parade en van het gedachtengoed dat erachter zit. Maar een aanslag is misdadig en volstrekt onacceptabel. Van mening verschillen mag, maar haten, oproepen tot haat, andersdenkenden vermoorden of zelfs alleen maar onvriendelijk bejegenen omdat ze anders denken of anders zijn: onaanvaardbaar, sic! Duidelijker kan ik het niet verwoorden.

En net voordat ik dit dagboek wil beëindigen bereikt mij het bericht dat op sjabbat de synagoge in Haditch-Oekraïne die bij het graf staat van rabbijn Shneor Zalman (1745-1812) de oprichter van het Chabad-Chassidisme, is afgebrand. Politie vermoedt opzet, maar het onderzoek is nog in volle gang.

Toen we gisteravond om 22:37 uur de sjabbat eindigden wensten we elkaar een shavua-tov, een goede week. Maar inmiddels is het me duidelijk dat de week helaas verre van goed-tov is begonnen

Ik ben net wakker, heb gisteren geen tijd gehad, ik bedoel: “geen tijd gemaakt” om te wandelen, zijnde nog te vroeg voor het ochtendgebed, duik ik mijn computer in om mijn doen en laten van gisteren en eergisteren met u, mijn trouwe dagboekenier, te delen. Het is vandaag de dag voor Tisj’a Be’av. Vanavond zal de meest donkere vastendag van de Joodse kalender beginnen. Op de negende van de Joodse maand “Menachem Av”, ook wel alleen “Av” genoemd, werden zowel de Eerste als de Tweede Tempel in Jeruzalem vernietigd, het begin van de ballingschap waarin we ons nog steeds bevinden. Ballingschap, vervolging, pogroms, antisemitisme, antizionisme, polarisatie, chaos. Blouma heeft haar broer uit Australië steeds toegezegd dat als een van zijn kinderen ooit in Israël onder de choepa zal staan, en niet in hun woonplaats Melbourne-Australië, dat we dan zullen komen. En dus zijn we naarstig op zoek naar onbetaalbare tickets om nog voor Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar, naar het Heilige Land te vliegen om aanwezig te zijn bij de bruiloft van ons Australische neefje. Het vinden van een ticket naar Israël is vanwege de aankomende Hoge Feestdagen, vanwege de spanningen in het Midden-Oosten, vanwege de per dag stijgende benzineprijzen, een dagvullende bezigheid. En dus was ik de laatste dagen tussen het gewone rabbinale werk door op zoek naar (on)betaalbare tickets. Ik denk dat ik ze bijna heb gevonden! Details en het prijskaartje zal ik u besparen! Gisteren ontving ik een uitnodiging om mee te lopen met een nieuwe Solidariteitswandeling, namelijk in Sneek, de geboorteplaats van mijn oma, de moeder van mijn vader. Op mijn Solidariteits-wandeling-programma staan nu voor de komende periode: Putten op 6 augustus, Groningen 15 oktober, Dordrecht 8 september, Buren 17 september en zojuist is daarbij gekomen 23 september Sneek. De Joodse maand waarin we ons nu bevinden heet dus: Menachem Av. Vertaling: troost de Vader. Troost de Vader? Onze Vader moet ons troosten! Kijk om je heen en zie dat d

“Eens zal deze verschrikkelijke oorlog toch wel aflopen, eens zullen wij toch weer mensen en niet alleen Joden zijn.” Blouma en ik gaan dit jaar niet met vakantie, maar we blijven gewoon thuis en hebben afgesproken om een paar keer per week een ‘uitstapje’ te maken. En dus togen Blouma en ik woensdag naar Amsterdam om een bezoek te brengen aan het Anne Frank Huis. Omdat alleen gaan, zelfs alleen met z’n tweeën, niet zo gezellig is, gingen we samen met Rianne, Rianne Letschert, onze minister van OCW, die haar eerste vakantiedag wilde gebruiken om meer te begrijpen van ons Joden, van de geschiedenis die we met ons meedragen, onze onderliggende verbondenheid en onze verbintenis met Israël. Mijn ogen vielen bij binnenkomst in het Anne Frank Huis op een op de muur geschreven tekst: “Eens zal deze verschrikkelijke oorlog toch wel aflopen, eens zullen wij toch weer mensen en niet alleen Joden zijn.” Ik vroeg me af of dat “eens” dat Anne Frank op 11 april 1944 in haar dagboek schreef al is aangebroken, of worden we momenteel juist meer en meer Joden en steeds minder en minder mensen? Zien de duizenden en duizenden bezoekers alleen de geschiedenis van Anne Frank als iets uit een gepasseerd verleden, of zijn ze bereid de actualiteit van Anne Frank heden ten dage te zien? Het kwam voor mij erg dichtbij. Mevrouw Kuperus, de directrice van de zesde openbare lagere montessorischool in de Niersstraat, was mijn juffrouw, maar zij was ook de juf van Anne Frank, totdat Anne Frank niet meer naar de gewone school mocht, maar naar de Joodse school moest gaan. Anne, haar ouders en haar zus waren vluchtelingen uit Duitsland die nooit de Nederlandse nationaliteit kregen en dus stateloos waren, net zoals de ouders van Blouma. Wat betekende dat? Toen Otto Frank, de vader van Anne, aanvoelde dat nazi-Duitsland Nederland zou binnenvallen, probeerde hij voor zijn gezin visa te krijgen om naar een ander land te vluchten. Maar geen land gaf een visum aan een stateloze burger, met als direct gevol

Het zal wel psychisch zijn, maar vanaf 17 Tammoez tot en met 9 Menachem Av, de zogenaamde Drie Weken, voel ik me altijd in een dip en naarmate de dagen vorderen en we dichter komen bij 9 Aw, de dag waarop zowel de eerste als de tweede Tempel in Jeruzalem werden verwoest, wordt die dip dipper en dipper. Galoeth, de Ballingschap, waarin we ons nog steeds bevinden, bijna uitzichtloos. “Bijna?” Er komt geen eind aan! Dat eind zal er natuurlijk wel aankomen, want het is een van de geloofspunten van Maimonides dat we geloofden, geloven en blijven geloven in de komst van de Mosjiach. Maar weet u, ik geloof het natuurlijk, maar omdat geloof hoger staat dan begrijpen, moet ik het met volle overtuiging aanvaarden. Maar het is soms wel lastig. Neem nou een gewoon benzinestation. Was het tien jaar geleden denkbaar dat daar boven onze driekleur bovenaan op een hoge paal ook een vlag zou kunnen wapperen die, nu druk ik me genuanceerd uit, het tegenovergestelde van sjalom verkondigt? Gelukkig waaide het niet, het was volkomen windstil, zelfs geen briesje, waardoor die misplaatste vlag een beetje triest maar nagenoeg onzichtbaar daar hoog in die paal voor joker hing. Bij navraag wist van het personeel niemand hoe die vlag daar was gekomen, maar er werd wel van uitgegaan dat ‘mensen’ hem hadden opgehangen. Hoe weet ik zo zeker dat ‘mensen’ dat hadden gedaan? Omdat een actief lid van de Joodse Gemeente, vermoedelijk met keppeltje op en tsietsiet (schouwdraden) zichtbaar uit z’n broek hangend, gewoon even binnen is gaan vragen bij de medewerkers wie die vlag had opgehangen. En kijk, ze gaven duidelijk aan dat het geen initiatief van het bedrijf of van medewerkers was, maar ze dachten wel dat “mensen” erachter zaten. “Mensen”, was het duidelijke antwoord. In ieder geval was geen van de medewerkers zich van enig kwaad bewust en zagen er dan ook niet erg geschokt uit. Het Joodse gemeentelid heeft zich toen gewend tot het bedrijf, de benzinebaas zullen we hem of haar maar even noemen, en

Read on ipor.nl